Van 1,06 tot 5,71 clo: de volledige meetwaarden uit het onderzoek naar de warmte van beddengoed, met de kanttekeningen die er echt toe doen.
Benieuwd hoe warm jij ligt? Meet het onder je eigen dekbed.
Onderzoekers van Waseda University en de Technical University of Denmark maten met een warmtepop 84 combinaties van beddengoed, houding en bedekking (Building and Environment, juli 2025). De totale isolatie liep uiteen van 1,06 tot 5,71 clo. Bij 22,6 graden kamertemperatuur kwam het bruikbare regelbereik neer op het equivalent van ongeveer 8,5 graden. De hoofdconclusie: één gemiddelde waarde voor het hele lichaam is onvoldoende, want de warmte verschilt sterk per lichaamsdeel.
In ons artikel Waarom lig je 's nachts te warm? vertaalden we dit onderzoek naar de praktijk. Hier staan de volledige cijfers, de methode en de kanttekeningen, voor wie het naadje van de kous wil weten.
Een team van Waseda University (Japan) en de Technical University of Denmark legde een warmtepop met 24 apart geregelde lichaamssegmenten in een klimaatkamer en mat 84 combinaties van beddengoed. Getest werden drie kamertemperaturen (18,6, 22,6 en 26,4 graden), twee slaaphoudingen (rug- en zijligging), wel of geen pyjama, een katoenen deken tegenover een donzen dekbed, en vier bedekkingsgraden van 23,3 tot 94,1 procent van het lichaam
Variabele | Geteste waarden |
|---|---|
Kamertemperatuur | 18,6, 22,6 en 26,4 graden |
Slaaphouding | Rugligging en zijligging |
Nachtkleding | Wel of geen pyjama |
Beddengoed | Een katoenen deken of een donzen dekbed |
Bedekking | Vier niveaus, van 23,3 tot 94,1 procent van het lichaam |
Clo is de eenheid voor thermische isolatie, dezelfde die voor kleding wordt gebruikt. Eén clo staat ongeveer gelijk aan een compleet pak: genoeg om het comfortabel te hebben bij 21 graden terwijl je stilzit. Hoe hoger de clo-waarde, hoe meer warmte er wordt vastgehouden.
Voor beddengoed is die eenheid ongebruikelijk. Er bestaat ook geen eenduidige omrekening tussen clo en de warmteklassen die dekbedfabrikanten hanteren. De cijfers hieronder zijn dus bedoeld om verhoudingen te laten zien, niet om er een productlabel aan te hangen.
De totale isolatie liep uiteen van 1,06 tot 5,71 clo over alle 84 combinaties. Dat is meer dan een vervijfvoudiging tussen de lichtste en de zwaarste situatie.
De metingen bij 22,6 graden en rugligging laten zien waar dat bereik vandaan komt.
Situatie (22,6 graden, rugligging) | Isolatie |
|---|---|
Naakt, katoenen deken, 23 procent van het lichaam bedekt | 1,15 clo |
Naakt, katoenen deken, 94 procent bedekt | 2,15 clo |
Pyjama, katoenen deken, 23 procent bedekt | 1,91 clo |
Naakt, donzen dekbed, 94 procent bedekt | 4,49 clo |
Pyjama, donzen dekbed, 94 procent bedekt | 5,46 clo |
Twee dingen vallen op. Hoeveel van je lichaam bedekt is, verdubbelt de isolatie bijna: van 1,15 naar 2,15 clo met dezelfde deken. En het type deken doet er nog meer toe. Bij dezelfde bedekking van 94 procent gaat een katoenen deken van 2,15 clo naar 4,49 clo voor het donzen dekbed. Ruim twee keer zoveel warmte, met exact hetzelfde oppervlak.
Ook gemeten: de isolatie van de luchtlaag rond een onbedekt lichaam kwam uit op gemiddeld 0,85 clo in rugligging en 0,88 clo in zijligging.
Het rekenmodel gaf per kamertemperatuur aan boven welke isolatiewaarde transpiratie begint. Bij 18,6 graden ligt die grens op 2,74 clo, bij 22,6 graden op 2,16 clo en bij 26,4 graden op 1,48 clo. Hoe warmer de slaapkamer, hoe minder isolatie je verdraagt.
Kamertemperatuur | Isolatie waarboven je gaat zweten |
|---|---|
18,6 graden | 2,74 clo |
22,6 graden | 2,16 clo |
26,4 graden | 1,48 clo |
Leg die grenzen naast de tabel hierboven en er ontstaat een ongemakkelijk beeld. Een donzen dekbed met pyjama zit op 5,46 clo, terwijl de zweetgrens bij 22,6 graden op 2,16 clo ligt. Wie in een verwarmde slaapkamer onder een warm dekbed ligt, zit daar dus ruim overheen.
Bij 22,6 graden liep het bereik zonder transpiratie van 1,10 tot 2,16 clo. Dat komt volgens de onderzoekers neer op het equivalent van ongeveer 8,5 graden aan regelruimte, alleen door het beddengoed aan te passen.
Dit is de hoofdconclusie. De onderzoekers rekenden hun model twee keer door: één keer met één gemiddelde isolatiewaarde voor het hele lichaam, en één keer met een aparte waarde per lichaamssegment. De uitkomsten liepen flink uiteen. Met één gemiddelde werden onbedekte delen zoals schouders, armen, handen en voeten te warm ingeschat, en de contactvlakken met matras en dekbed juist te koud.
In rugligging mat het onderzoek op de contactvlakken in de rug isolatiewaarden boven 3,0 clo, terwijl schouders en armen er koel bij liggen. In zijligging verschuift dat naar de kant waarop je ligt, met een maximum van ongeveer 2,5 clo op het achterste bovenbeen. Je lichaam ligt dus nooit gelijkmatig warm, maar in zones.
Voor het lichaam als geheel maakte de houding nauwelijks verschil: tussen rug- en zijligging zat 0,05 tot 0,38 clo, statistisch significant maar klein vergeleken met het effect van het dekenstype of de bedekkingsgraad. Plaatselijk verandert er wel van alles zodra je draait, en dat gebeurt de hele nacht door.
"Dit is wat we in de meetgegevens ook terugzien. Iemand slaapt niet te warm of te koud in het algemeen, dat gebeurt op een moment en in een houding. Zolang je alleen naar de kamertemperatuur en het dekbed kijkt, mis je precies dat stuk."
Hidde Hulshof, SlaapFysiotherapeut en mede-ontwikkelaar van Meetbaar Beter Liggen
Er zaten maar twee soorten dekens in het onderzoek: één katoenen deken en één donzen dekbed. Dekbedden in verschillende warmteklassen zijn niet getest, en natuurlijke vullingen zoals wol en kameelhaar evenmin. De 4,49 en 5,46 clo gelden dus voor dat ene donzen dekbed en niet voor dons in het algemeen.
Nog drie beperkingen die de moeite waard zijn.
Clo gaat alleen over warmte vasthouden. Hoe goed een dekbed vocht afvoert, komt in deze meting niet terug, want een warmtepop zweet niet. Bij wol en kameelhaar is juist dat vermogen om vocht op te nemen en weer af te staan een belangrijk deel van hoe comfortabel een nacht aanvoelt.
Matras en hoofdkussen zijn niet apart doorgerekend. Hun bijdrage zit in de totaalmeting verwerkt. Wat het onderzoek wel laat zien, is dat contactvlakken sterk isoleren en onbedekte delen warmte afgeven. Je hoofd is het enige lichaamsdeel dat de hele nacht onbedekt blijft en tegelijk continu contact maakt met je kussen.
Het is geen slaaponderzoek met proefpersonen. Er is gemeten met een warmtepop en gerekend met een model. Het zegt iets over warmte en isolatie, niet rechtstreeks over hoe goed mensen slapen.
Wil je snel onder je nieuwe dekbed liggen? We adviseren je graag in de winkel zodat je iets koopt wat echt goed past bij jouw slaapomstandigheden en slaapgewoonten. Kom snel bij ons langs, we zitten in de buurt.
Wij werken met Meetbaar Beter Liggen: drie nachten thuis meten met de SlaapID-sensor (slaaphouding, slaapbewegingen, slaapklimaat en slaapritme), gevolgd door een 3D-postuurmeting in de winkel. Precies de variabelen die dit onderzoek als bepalend aanwijst, maar dan van jouw nachten in plaats van van een gemiddelde.
De sensor meet het microklimaat onder je dekbed en niet de kamertemperatuur. Vallen de momenten waarop je draait samen met een oplopende temperatuur onder de dekens, dan is het beddengoed de verdachte en niet het matras.
Daarna volgt de vertaling naar producten. Waar het onderzoek twee uitersten had, hebben wij dekbedden in verschillende warmteklassen en in vullingen als wol en kameelhaar. En bij donzen dekbedden kan de hoeveelheid vulling per cassette verschillen, zodat het dekbed warmer is waar jij warmte nodig hebt en lichter waar je warmte kwijt moet. Die zoneverdeling is in dit onderzoek niet getest, maar het onderzoek legt wel precies uit waarom ze zin heeft.
In dit onderzoek met een donzen dekbed van 711 gram per vierkante meter 4,49 clo bij 94 procent bedekking en een kamertemperatuur van 22,6 graden, tegenover 2,15 clo voor een katoenen deken onder dezelfde omstandigheden. Er bestaat geen eenduidige omrekening tussen clo en de warmteklassen van dekbedfabrikanten.
Volgens het rekenmodel bij 18,6 graden vanaf 2,74 clo, bij 22,6 graden vanaf 2,16 clo en bij 26,4 graden vanaf 1,48 clo. Hoe warmer de slaapkamer, hoe minder isolatie je verdraagt voordat transpiratie begint.
Voor het lichaam als geheel nauwelijk: het verschil tussen rugligging en zijligging was 0,05 tot 0,38 clo. Per lichaamsdeel is het verschil wel groot, omdat in zijligging andere delen contact maken met matras en dekbed. Dat verklaart waarom je in de ene houding wel zweet en in de andere niet.
Nee. Er zijn twee soorten getest: een katoenen deken van 278 gram per vierkante meter en een donzen dekbed van 711 gram per vierkante meter. Natuurlijke vullingen zoals wol en kameelhaar zaten er niet bij. De meting gaat bovendien alleen over warmte vasthouden en niet over vocht afvoeren, want een warmtepop zweet niet.
Bij donzen dekbedden kan dat. Dons wordt in aparte cassettes verwerkt en de hoeveelheid vulling per cassette kan verschillen, zodat het dekbed warmer is waar je warmte nodig hebt en lichter waar je warmte kwijt moet. Waar dat precies zit, hangt samen met je slaaphouding.
De SlaapID-sensor wordt drie nachten in een elastische band om de borst gedragen en meet slaaphouding, slaapbewegingen, slaapklimaat en slaapritme. Bij slaapklimaat gaat het om de omstandigheden onder je dekbed, niet om de kamertemperatuur op de thermostaat.